Leuk stukje in Het Parool

4 juni 2017

‘Als je niet met de dood leeft, leef je ook niet met het leven’

Janet Lie

AMSTERDAM

Architect Michael van Bergen wil dat we de dood nemen, accepteren, zoals het is. Met Nieuw leven voor de dood ontwierp hij een gebouw waar dood en leven samenkomen.

“We weten allemaal hoe een crematorium of begraafplaats eruitzien,” zegt Van Bergen, die gefascineerd is door vergankelijkheid en graag zou zien dat mensen de dood meer accepteren. Zijn concept is een crematorium, bovengrondse begraafplaats en interactieve ontmoetingsplek ineen.

Hij is cum laude afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn afstudeerproject Nieuw leven voor de dood is nu onderdeel van Best of Class, een initiatief van uitvaartmuseum Tot Zover dat zo een podium biedt aan jonge ontwerpers en kunstenaars.

Blistex

Op achtjarige leeftijd ademde Van Bergen per ongeluk de Blistex in die hij op zijn lippen had gesmeerd en dacht hij dat hij doodging. “Toen zei mijn moeder: ‘Maik, als jij doodgaat zie je opa en oma in de hemel.’ Ik vond dat best gezellig klinken, waardoor mijn angst voor de dood verdween.”

Mensen bannen de dood zo veel mogelijk uit hun leven, concludeert Van Bergen in zijn onderzoekspaper. Emotioneel en fysiek. Het valt hem op dat alle begraafplaatsen zich aan de randen van de stad bevinden.

“Vroeger deden we meer zelf: de overledene werd thuis opgebaard, de timmerman maakte de kist en de bakker zorgde voor de koffietafel.”

Rituelen verdwijnen, de zorg voor de overledene wordt geprofessionaliseerd. “Uitvaartorganisaties zorgen nu voor alles, niet iedereen kan zich daar altijd in vinden.”

Van Bergen benadrukt dat zijn idee niets te maken heeft met religie, maar met de mens, de Amsterdammer. Om de dood terug te brengen in de maatschappij, situeert hij zijn concept midden in de stad: het Eerste Marnix plantsoen. De uitvaartstoet vaart over de grachten en komt aan bij een luw plein met nabestaanden. “Net zoals bij een bruiloft, waar je samenkomt met de gasten.”

Het fysieke aspect is volgens Van Bergen van essentieel belang. De overledene wordt omhoog gehesen in een touwenlift. “Geen mechanica: dat is te kil. Bijzonder zou zijn als nabestaanden met touwen de overledene omhoog hijsen. Daarmee krijgen ze een rol in het proces en maakt het voor hun gemakkelijker het verlies te verwerken.” Andere gasten lopen via de trappen om de touwenlift heen.

Gekleurde urnen

Daarnaast speelt Van Bergen met materialen en licht, te zien aan de herdenkingskapellen waarbij gekleurde urnen het licht binnenlaten en een glas-in-loodeffect creëren. “Meestal nemen mensen een urn mee naar huis, maar na drie jaar verliest die zijn waarde en is het een gewone vaas geworden. Hierbij  ontneem je andere naasten hun herdenkingsplek. Ik wil daarom een bijzondere herdenkingsplek maken.”

Om het enigszins lugubere imago van een begraafplaats weg te nemen, kunnen mensen er ook rustig een boek lezen of hun verjaardag vieren. “Maar een houseparty zou weer te ver gaan.”

Van Bergen is druk bezig het concept te realiseren: met zijn onderneming Van Bergen Architectura is hij door een uitvaartorganisatie gevraagd om zo’n gebouw te ontwerpen.

Nadenken over zijn eigen overlijden doet Van Bergen soms ook. “Als je niet met de dood leeft, leef je ook niet met het leven.” Hoe zijn eigen uitvaart eruit moet gaan zien, weet hij nog niet. “Ik wil wel dat The end van The Doors wordt gedraaid. Of Hallelujah van Jeff Buckley.”

De expositie Nieuw leven voor de dood is t/m 30 oktober te zien in Museum
Tot Zover.